Hoe ontstaat pesten?

Pesten is een proces. Eerst wordt er iemand uitgezocht en lastig gevallen. Wanneer het kind op een manier reageert waardoor de pester zich goed voelt, dat wil zeggen: hij voelt zich superieur of vindt het grappig, dan zal hij het kind weer lastig vallen. Vaak erger dan de eerste keer. 

Een kind dat zich niet verweert, rood wordt of begint te huilen, zich opwindt of laat zien dat hij bang is, vertoont een 'niet coole' reactie. Dit gedrag toont de pestkop dat hij een 'echt' slachtoffer heeft uitgezocht. Van dit kind heeft hij niets te vrezen. 

Voor de pestkop zijn er alleen positieve consequenties van het pesten. Hij voelt zich immers stoer en machtig en heeft hierbij plezier. Een goede reden om het kind opnieuw lastig te vallen. Het begin van de vicieuze cirkel. 

Schaamte

Slechts in zeldzame gevallen zoekt het gepeste kind steun of neemt het een volwassene in vertrouwen. Kinderen schamen zich ervoor dat anderen hem een sukkel vinden. 

Gewenningseffect

Hoe langer het pesten duurt, des te moeilijker het voor het kind wordt om zich van de slachtofferrol los te maken. Helaas treedt er bij pesten vaak een gewenningseffect op. Dit houdt in dat het pesten van het kind door medescholieren minder erg wordt gevonden, aangezien 'we het altijd al doen'. Bovendien kunnen leerkrachten het idee hebben dat het gedrag van de kinderen helemaal niet zo erg is, dat het bij de normale gang van zaken hoort. 

Schuld van het slachtoffer

Doordat het aanzien van het slachtoffer vermindert door het voortdurende pesten, kan het zelfs zover gaan dat het kind de schuld krijgt van het pesten. Alleen een waardeloos mens wordt namelijk zo behandeld. Dit psychologische verschijnsel heet 'blaming the victim' en zorgt er voor dat niet alleen de schuldgevoelens van de pestkop verminderen, maar ook die van de toeschouwers. 


Vond je dit een nuttig artikel? Deel het met je vrienden en kennisen