Puberteit als een crisis in het narcisme

Het zelfgevoel van de puber maakt een ingrijpende ontwikkeling door. Als aan volwassenen gevraagd wordt terug te denken aan hun puberteit valt vaak op, dat veel gebeurtenissen uit de periode van het elfde tot het vijftiende jaar in de vergetheid zijn geraakt. Vaak is het gevoel van onzekerheid datgene wat hen het meeste is bijgebleven. 

Schaamte en schuld
Narcisme is een abstracte term die betrekking heeft op een complex samenstel van psychische mechanismen. Er is wel een belangrijke graadmeter voor narcisme, namelijk de barometer van het zelfgevoel: schaamte. Veel pubers en ook hun ouders zijn in de war over het verschil tussen schuld en schaamte. Schaamte lijkt meer verborgen, terwijl schuld openlijker mag. Dat komt ook omdat schaamtegevoelens ingrijpender zijn dan schuldgevoelens. Schaamte gaat over wie je bent en schuld gaat over wat je doet. 

Schaamte bij pubers
Met pubers is het moeilijk praten. Over ditjes en datjes praten gaat heel goed, maar als het over henzelf gaat zijn pubers vaak onbereikbaar. Daarvoor bestaan twee redenen. Allereerst is de cognitieve ontwikkeling bij veel pubers nog niet zover dat zij tegen een ander op een reflectieve manier over zichzelf kunnen praten. Praten over eigen gevoel en beleving is nog niet binnen bereik. Voor de meeste pubers begint dat rondom het vijftiende jaar. De tweede belangrijke reden is dat door het kwestbare gevoel van eigenwaarde van de puber,  schaamte een belangrijke rol speelt. Een puber schaamt zich al heel snel voor van alles, voelt zich om die reden bekekeken en zwijgen is een manier om schaamtegevoel te vermijden en zich te beschermen tegen al te indringende belangstelling van volwassenen. Veel ouders en volwassenen denken dat het om onverschilligheid gaat en veel pubers zijn ronduit afwijzend als zij op iets aangesproken worden, maar vaak is het een verdediging tegen schaamte of een gevoel van betrapt worden. Het vermijden van schaamtevolle ervaringen is voor pubers niet alleen erg belangrijk, maar brengt hen ook vaak in conflict met de normen en waarden die zij van thuis hebben meegekregen. Er ontstaat een dilemma tussen de angst om bij de leeftijdsgenoten af te gaan en het hebben van een goede relatie met ouders. 

Beeld van ouders verandert
Door de cognitieve ontwikkeling brokkelt het beeld van de ideale alwetende ouders langzaam maar zeker af. De puber gaat bijvoorbeeld zien dat er in andere gezinnen andere regels gelden, of dat het bij vriendinnen veel gezelliger is. De puber gaat meer in debat met de ouders, is het vaker met de ouders oneens. Voor het zelfvertrouwen van de puber is het prettig om met ouders te discussiëren, om inspraak te hebben in allerlei dagelijkse zaken. De puber voelt zich al heel groot en volwassen. Wat veel pubers en ouders zich niet reaiseren is, dat deze stap vooruit in de ontwikkeling ook een verlies met zich meebrengt. Als ouders of volwassenen gewone feilbare mensen blijken te zijn, komt hun rol als brond van zelfwaardering onder druk te staan. Complimenten van, geruststelling of aanmoediging door ouders verliezen veel van hun effect of hebben zelf een averechts effect.  

Leeftijdsgenoten worden belangrijker
De puber is, om een stabiel zelfgevoel te handhaven, steeds meer op zichzelf en op de leeftijdsgenoten aangewezen. Voor ouders is dat vaak een pijnlijke ervaring, omdat ze het kind altijd hebben gekend als open en toegankelijk, maar vanaf de puberteit lijkt het kind zich voor de ouders af te sluiten. De ouders merken dat hun puber wel andere volwassenen in vertrouwen neemt als het over iets belangrijks gaat. Heel wat ouders voelen zich soms door hun puberende kind in de steek gelaten. 

Bron: Heuvens W. (2006). Hfdst 3, 4 & 6. In W. Heuvens Pubers ontwikkeling en problemen. Assen, Koninklijke van Gorcum (pp 30-74 & 85-90


Vond je dit een nuttig artikel? Deel het met je vrienden en kennisen